Zweef

Om tussen de bakstenen omhoog te woekeren was het noodzakelijk om behoorlijk wat wil te hebben. Gelukkig beschikken de meeste planten over een ruime hoeveelheid wil en kunnen ze zich door de meeste stenen wel heen werken, ook als die daar door mensen zijn neergelegd. Het maakt die plant ten slotte geen moer uit, zolang hij maar naar boven kan groeien om zonlicht te verteren.

Hoe weet die plant waar boven is? Het is over het algemeen redelijk makkelijk om dat te bepalen. Je kan een voetbal heen en weer gooien, die valt meestal wel naar onder. Maar wat doet zo'n plant in de ruimte? Daar is namelijk niet genoeg zwaartekracht om te bepalen waar je wel of niet heen moet, dus wat je dan doet is maar gewoon een willekeurige kant kiezen, of alle kanten tegelijk op groeien zoals een schimmel dat doet.

Het is zo dat de meeste schimmels strijden met de natuurkrachten. Zij hebben lang geleden al geleerd dat elke natuurwet een eigen frame voorstelt. Deze moet je dan wegcijferen. De zwaartekracht kan je wegcijferen door in de vorm van een voetbal te zijn. Dit is wat een ééncellige ook doet: hij heeft misschien wat stekels, maar hij is meestal niet al te geïnteresseerd in welke richting dan ook. Een bepaalde schimmel doet dit ook. Hij bestaat uit een oriëntatieneutrale geometrie, met wat stekels.

De stekels zijn om zijn omgeving te verkennen en te reageren op andere stekelgeometrieën, de geometrie zelf is de ruimte die dit wezen voor zichzelf heeft. Zodra het wezen in een nieuwe plek wordt geplaatst zal niets doen of de stekels voorzichtig uitrollen in elke richting die het kan vinden. Soms gaat dit goed en vindt het een voedingsbron, zoals een raat met honing, en soms gaat dit fout, zoals wanneer het een obstakel tegenkomt zoals een giftige barrière.

Het is in de praktijk natuurlijk niet zo makkelijk om een positieve terugkoppeling zoals een honingraat direct te bemachtigen. Wanneer dit geprobeerd wordt grijpt er meestal een bij in om de stekel uit de honing te halen. Voor de bij is dit slechts het opruimen van infecties, voor de mycovriend is het niet goed. Als het mycoplastische wezen echter van de honing zou eten, zou het snel energie verkrijgen. Als de honing op is kunnen de bijen geen nieuwe larven maken, want die eten ook de honing. Ook hebben de bijen de honing zelf gemaakt, en alhoewel zij niet alle honing bij zich dragen vinden zij dat het van hen is. Zij poetsen de schimmel dan ergens anders heen.

De schimmel kan dan bijvoorbeeld kalium en natrium ruilen met koolstofdioxide om aan zijn bestaansrecht te komen. Dan rest nog wat te doen met zijn stekels. Uit onderzoek is gebleken dat wanneer een mycoplastisch begaafd wezen in een nieuwe omgeving wordt geplaatst hij na verloop van tijd stekels begint te ontwikkelen.. Wanneer een stekel wordt geprikt, ruimt hij deze netjes op en eet hem zelf op. Als hij dan eten vind en hij besluit te verhuizen kan hij zichzelf daarheen verplaatsen door zichzelf te verminderen overal waar het eten niet is. Het is vergelijkbaar met dat jij je zou verplaatsen door eerst een hand uit te steken naar een dennenboom, om vervolgens een nieuwe jij te worden van die hand heen, terwijl de oude jij kleiner wordt. Het is te complex om dit te doen als je niet mycoplastisch bent, maar mycoplastici zijn erg duur. Je kan bijvoorbeeld geen uitgebreide structuren zoals tenen vormen, omdat die erg moeilijk te verplaatsen zijn.

Octopussen hebben bijvoorbeeld ook geen erg complexe franjes zoals schilden. Dat is ook de reden waarom de mycoplastici hun creativiteit hebben verruild voor universaliteit. Ze zijn in staat de hele aarde draaiend te houden en nemen alles waar. Wij zijn zo aan ze gewend dat we zeggen "Oh ja natuurlijk groeit daar een random wezen uit dat hectares groot kan worden en de aarde bij elkaar houdt. Dat is toch altijd?", dat is dan "bederf".

Het is dan mogelijk om complexe levensvormen te verzinnen die nog niet bestaan, zoals een huis waarvan de fundatie van botten is gemaakt en de muren van hout, die allemaal als levend wezen aan elkaar vast zitten. Natuurlijk kan deze geen pijn voelen, want hij wordt gemaakt van structuren die wij als bouwmateriaal gebruiken. Dit soort structuren zou zich kunnen verplaatsen over weilanden door middel van roeispanen aan de zeikant, die de aarde naar één kant duwen en zichzelf de andere kant. Je zou er in kunnen wonen, en mits je een synthetische deken kan fabriceren kan je daar lucht in laten om het object te laten vliegen.

Je zult de lucht dan zelf moeten bakken, maar je kunt ook aan elektrolyse doen om waterstof te maken. Verschillende metalen, en een buis van koper, kunnen mits je de juiste manier vind om zon om te zetten in stroom (kobalt is niet eindeloos) een uitkomst bieden om dit te doen. Je hebt dan drinkwater, en waterstof, dat lichter is dan lucht dus waarmee je dan goed kan vliegen. Het is natuurlijk wel oppassen met vuur, want waterstof brandt erg goed. Bliksem en vonken zijn te vermijden, dus bijkomend voordeel is dat dit gevaarte bij mooi weer moet varen.

Hoe bouw je zo'n gevaarte? Ten eerste heb je ontwerpplannen nodig. Niet alleen van mensen, want wie weet er nou hoe je hout moet maken, maar ook van bomen, planten,  bottenmakers en mycokameraden. Zij zullen niet zomaar meewerken omdat zij miljoenen jaren hebben gespaard voor de kennis die nodig was om zoiets gaafs als een kever te maken. En zeker niet als die kennis wordt gebruikt om de wereld nog verder vol te bouwen met troep die wij mensen als enige gaan gebruiken. Mijn voorstel is dan ook om deze gevaarten als ecobollen te materialiseren die elk wezen kunnen bevatten.

Denk aan een grote bol, van botten gemaakt, met lenzen tussen de naden om het zonlicht binnen te laten. De slakken mogen weten hoe die bol zich zal voortverplaatsen. Waarom ook geen stenen platen gebruiken als vloer. Waar dit gevaarte zich heen zou moeten verplaatsen? Naar andere planeten. Welk schepsel heeft nou geen fotonen van andere sterren opgevangen en zich afgevraagd: hoe kom ik daar? Ik ken er geen. Deze vraag kan je overleggen in het Duits, Frans, Engels, enzovoorts, maar een haas gaat dit niet meepraten. Toch denkt ook hij hierover. We kunnen dus met grote aanplakbiljetten en pictogrammen in de natuur duidelijk maken wat wij voor ogen hebben. Ook kunnen wij halfbakken oplossingen voorleggen zoals een weg die afbuigt richting de hemel, met geraamtes aan de achterkant. Om het cru te zeggen kan je dan aan de vogelschijt aflezen wat de volgende stap is.

Ook al wil elk wezen hetzelfde, ze kunnen dit niet van zichzelf bereiken omdat ze niet genoeg handen hebben. Wij hebben er meer dan de meeste diersoorten, dus aan ons de taak om te luisteren en conflicten op te lossen. Een konijn zal zich namelijk alleen veilig voelen op rotsblok als er zuurstof is, en als dat rotsblok zwaartekracht heeft door bijveeld hard rond te draaien of door te versnellen met de zwaartekrachtssnelheid. Voor een plant maakt dit minder uit. Aangezien planten toch de wat vriendelijker schepsels voorstellen - ze verplaatsen niet en eten geen andere wezens - vind ik hen bijna de gerechtigden om als eerste dit soort ecoschepen te betreden. Ze hebben ook minder requirements, dat scheelt een hoop.

Maar natuurlijk zijn de eersten de schimmeldraden, die het zwarte spul "aarde" vormen. Hoe minder zichtbaar het schepsel, hoe neutraler het idee wat zij vormen, maar ook hoe minder zij meestal nodig hebben om zichzelf te voorzien. Mocht het plan zijn om van de maan een ecosfeer te maken en die naar een andere ster te sturen, dan zijn deze schimmeldraden een logische bodem om letterlijk op te staan.
Ymte Jan Broekhuizen
06 195 34 289
Status Cafe Profile

Alle Verhalen

Beschimmelde Links Exaseconde Gras Het Houten Ei Klaproos Rups Waterkoe Zonnepaardekracht Zweef